De dichtpen scherpen

De Rederijkers kwamen wekelijks samen om hun 'dichtpen te scherpen', samen bereidden ze zich voor op regionale en internationale samenkomsten van de verschillende kamers. Dichten in de rederijkskamers was onderhevig aan strikte regels, waardoor de teksten soms een gekunstelde indruk geven.

In dit hoofdstukje worden een paar van de voornaamste dichtvormen van de rederijkers toegelicht: 

Het achrostichon of het naamdicht is oorspronkelijk een magisch geladen dichtvorm, waarbij de beginletters van versregels, strofen of boeken doorgaans een persoonsnaam vormen, soms ook het abc, een woord of een tekst.

De naam kan de naam zijn van degene aan wie het gedicht werd opgedragen of het kan ook de naam van de auteur zijn, zoals gebruikelijk in de literatuur van de rederijkers.

Een van de bekendste en tegelijkertijd extreemste voorbeelden van de rhétorique extraordinaire is zonder twijfel het Schaeckberd: Dit Schaeckberd is een retoricaal raadsel waarbij in alle 64 vakjes van een schaakbord een versregel afgedrukt staat en waarbij de auteur aan de lezer de opdracht meegeeft om daar 38 balladen uit samen te stellen.

Deze 38 balladen konden opgesteld worden door de vakjes op het schaeckberd in verschillende richtingen te lezen.