1959: Vernieuwing?

Dat de tijdsgeest rijp was om te vernieuwen, bewijst de veranderde vormgeving van het blad. Van een elegante art nouveau-letter evolueert de titel van het maandblad naar een modernere, strakkere zetting. De decenniawissel zet De Periscoop ook aan om intern te gaan vernieuwen. Getuige daarvan zijn onder andere de verzuchtingen van redactielid Jan Walravens. Hij riep in 1955 al uit: "Experimentelen, wat nu?" Het duurde echter nog vier jaar vooraleer de redactionele kern mee in zee ging en een speciaal themanummer wijdde aan de avant-garde.  

'Waarheen met de avant-garde?' kopte dit revolutionaire achtste nummer. Maar liefst 25 dichters en critici werden uitgenodigd om hun visie op avant-garde uiteen te zetten. Bij het lezen blijkt al gauw dat er geen eensgezindheid is omtrent de poëtica van De Periscoop, zelfs niet bij de vaste redactieleden. De vraag 'waarheen?' kan dus ook beter vervangen worden door 'welke avant-garde?'. 

 

Voorpagina De Periscoop: Themanummer 'Waarheen met de avant-garde?

Het achtste nummer in teken van de avant-garde

Foto redactielid Jan Walravens

Bezieler van het themanummer en redactielid Jan Walravens

Portretfoto Gust Gils

Portretfoto Gust Gils

Het achtste nummer wordt ingeleid door Herman De Coninck die in zijn openingsgroet zich vrolijk maakt over het feit dat net hij als oude knar van 'tachtig lentes' het over het magische woord 'avant-garde' mag hebben. Grosso modo zijn alle bijdragen bijzonder lyrisch te noemen. Dichter Maurits Bilcke noemt 'avant-garde' de hoop van de toekomst. 

Voor de eerste keer zijn de namen van de redacteurs van een nummer keurig opgelijst. Onder hen enkele vertrouwde namen van De Periscoop en hun vele pseudoniemen. Andere namen die in het oog springen zijn: Ben Klein (Het Kahier), Tone Brulin en Hugo Raes. Voor slechts zeven frank kon je genieten van die verscheiden poëtica's. Toch is er één conclusie die opvalt: nergens wordt avant-garde voorzien van een definitie of een vage omschrijving. Steeds wordt ze negatief gedefinieerd. Zo lezen we bij Gust Gils dat ze bijvoorbeeld niet te zoeken is bij het destijds geavanceerde tijdschrift Tijd en Mens. 

 

Het hoeft dan ook niet te verbazen dat het lezerspubliek de weg kwijt raakt. Een lezersbrief klaagt het gebrek aan objectiviteit aan en richt zich daarbij rechtstreeks tot hoofdredacteur Lissens. Toch heeft de redactie het in volgende exemplaren nog steeds over een 'succesnummer' en ziet zij zich genoodzaakt om de aangekondigde koerswijzigingen door te voeren. Dat opzet slaagt echter maar ten dele; poëticale discussies worden uit de weg gegaan en er komt maar met mondjesmaat oprechte aandacht voor experimentele dichtkunst.