Experimenteel dichterschap: Paul Snoek

Foto Paul Snoek

Paul Snoek 

"Alle literaire kritici zijn konijnenboeren"

Het moet dichters als Paul Snoek hoog gezeten hebben dat er voor hem geen forum was in het gloednieuwe blad De Periscoop. Nochtans kon de Vijfenvijftiger in 1959 al teren op zes dichtbundels en was hij reeds journalist bij het Nieuw Vlaams Tijdschrift. Het interview dat Snoek aflegde in het juninummer van De Periscoop getuigt van een grootsprakerige maskerade: "Alle literaire kritici zijn konijnenboeren", is maar één van de meest markante uitspraken die tot de legendevorming van zijn persoon zouden bijdragen. 

Dit vrije, bijna knullig uitgevoerde interview kan gelden als voorbeeld voor de human-interestaanpak die De Periscoop onder Lissens nastreefde. Snoek wordt voorgesteld als een soort paria, en 'de grootste naoorlogse dichter' doet er zelf nog eens een schepje bovenop. Gevraagd op wat hij van toenmalig koning Boudewijn vindt, antwoordt hij resoluut: "Hij had garagist moeten worden!"